Maar ik rook wél!

Henk's public pictureHet begon met een peukje hier en daar, totdat ik mezelf een oprechte bietser mocht noemen. Vanaf dat moment koop ik weer zelf hele pakjes sigaretten en voorzie zo af en toe een andere bietser van een sigaret. Al lurkend aan de aloude brandstaaf, op zijn oer-Hollands in de vriezende kou met een hand diep in m'n broekzak en het hoofd tussen mijn schouders geklemd, vroeg iemand mij wáárom ik eigenlijk rookte. Met verkleumde duim en wijsvinger haalde ik de peuk langzaam tussen mijn lippen vandaan en ademde nog langzamer uit. Toen de vragensteller door de omhoogkringelende rook heen weer zichtbaar werd, vroeg ik hem wáárom hij niet heel snel gewoon zijn bek even hield.

Het vervelende en nieuwsgierig aagje droop wat af en terwijl ik hem geërgerd nakeek, vroeg ik me af wat me nu zo irriteerde aan zijn vraag. Wegens proef op de som stelde ik mezelf dezelfde vraag en warempel, ik gaf het stomste antwoord ooit. “Ik weet het eigenlijk niet”. Zoals dat gaat met mensen die intelligent zijn, dacht ik hier nog eens wat dieper over na en kwam tot het idee dat je rookt omdat je niks beters weet te doen. Ik vind roken eigenlijk ook niet lekker. Sterker nog, bah! Maar een sigaretje daarentegen, is dan wél weer lekker.


Stop smoking
Immers, heb je weleens iemand zien roken tijdens het eten? Wel erna ja, wanneer de emotie van de smaak is vertrokken en je naar een vervangende beleving zoekt. Maar tijdens het eten zelf, nee. Want dan geniet je van wat er op je bord ligt. Seks, nog zo'n primaire behoefte die ons van het roken afhoudt. Tijdens seks heb ik werkelijk waar nog nooit gerookt of ook maar de behoefte aan een saffie gehad. Nu ik er over nadenk is er best wel een standje waarin ik het er cool uit zou kunnen laten zien, maar dat is waarschijnlijk hetzelfde als roken in bed. Als pseudo-schrijver denk je dat te moeten doen, maar uiteindelijk is het gewoon vies. Je krijgt ook altijd as in je bed. Neemt niet weg dat ik een sigaretje in bed er erg cool uit laat zien.

Roken is ter vervanging van iets dat je liever had gedaan. Het onderdrukken van jezelf, je spanning en je onrust. Het punt is, je hebt ook geen zin om iets aan die punten te doen, anders zou je jezelf ook niet bezondigen aan deze destructieve bezigheid. Mensen die roken kunnen niet oprecht zeggen dat ze van het leven houden, want roken is het omarmen van de afbraak. Roken is het accepteren, het uitnodigen van je verlies. Voor je longen is het als bleekmiddel op je favoriete jeans, voor je tanden niet meteen een whitener en je huid wordt niks meer dan het verschrompelend behang van een rottend lichaam. 

Roken, derhalve, is voor verdrietige mensen. Daarom had ik moeite met de vraag. Je geeft natuurlijk niet zomaar toe dat je het leven niet omarmt, maar juist alles wat ik een alinea eerder noemde. In mijn geval is dat niet erg natuurlijk; ik ben aspirant schrijver, hoor als zodanig een zekere melancholie uit te stralen en dien mijn leven ook zo in te richten. Anders schrijf je alleen maar vrolijke boeken en daar wacht, behalve beroepsblijerd Yvon Jaspers, niemand op. Mocht dat nou niet van de grond komen, dan is er volgende maand nog altijd ruimte voor de goede voornemens.