FIN: “Resultaten IndiŰ-onderzoek eenzijdig”

Zojuist zijn de resultaten van het grote Indië-onderzoek gepresenteerd. Volgens de onderzoekers zou Nederland structureel extreem geweld hebben gebruikt in Indonesië, terwijl Den Haag wegkeek. Hans Moll, voorzitter van Federatie Indische Nederlanders (FIN), is zeer kritisch. De presentatie bevestigt volgens Moll de eenzijdigheid van het onderzoek.

“Het onderzoek richt zich op Nederlands (extreem) geweld en heeft dit geweld uitvergroot. Het Indonesische extreme geweld, zoals het geweld tijdens de Bersiap, is met een deelonderzoek afgedaan. De resultaten zijn daarmee onvolledig en scheppen een onjuist beeld van de dekolonisatieperiode in voormalig Nederlands-Indië”, zegt Moll. Hij pleit nu voor een onafhankelijk onderzoek van het Indonesisch geweld. Dat het onderzoek nu inderdaad eenzijdig blijkt komt niet als een verrassing. Een brochure en de eerdere uitgelekte titel van het rapport wezen al die kant uit. Drie weken geleden leek het NIOD de eenzijdigheid aan de Telegraaf ook te erkennen, al stelde het instituut later dat de krant “nogal selectief [zou hebben, FIN] geput uit de antwoorden die wij officieel hebben afgegeven”. Dat de beruchte én voor (Indische) Nederlanders kritieke Bersiap-periode met een deelonderzoek zou worden afgedaan was wel al langer bekend.

Het nu gepubliceerde rapport is dan ook koren op de molen van critici. Vanaf de start het onderzoek zijn er al grote bezwaren tegen onder andere de bevooroordeelde houding ten opzichte van de Bersiap en – in het verlengde daarvan – het betrekken van Bersiap-ontkenners bij het onderzoek. Ook het relatief geringe aantal onderzoekers dat op deze episode is gezet wekt argwaan. De ongerustheid nam toe toen de onderzoekers in een verklaring aankondigden dat men de Bersiap zou gaan 'herconceptualiseren'. Volgens de onderzoekers had die herconceptualisering echter “niet tot doel ‘het Nederlandse leed te bagatelliseren’, zoals sommigen vrezen”. Die stelling was eigenlijk altijd al ongeloofwaardig, want van meet af aan is de Bersiap op de website van het onderzoek weggezet als een periode waarover “veel onduidelijkheden en mythes” bestaan.

Halverwege het onderzoek kreeg de eenzijdige opzet steeds meer vorm, iets dat treffend werd geïllustreerd tijdens een congres waarop een selectie van eerste resultaten werd gepresenteerd. Daarbij passeerde ook een deelonderzoek de revue over seksueel geweld tijdens de dekolonisatieperiode. Tot grote verbazing van Indië-veteranen en Indische Nederlanders was dat onderzoek uitsluitend gericht op seksueel geweld gepleegd door Nederlandse militairen, terwijl het kenmerkende seksuele geweld van Indonesiërs tijdens de Bersiap volledig buiten beschouwing was gelaten. Vooral (Indisch) Nederlandse vrouwen waren slachtoffer van dit geweld, waarbij steevast hun borsten door Indonesiërs werden afgesneden en hun genitaliën met bamboestokken werden doorgeboord. Volgens de verantwoordelijke onderzoekster behoorde dit geweld echter niet tot haar onderzoeksopdracht.

Het Indië-onderzoek kampt mede daardoor van meet af aan met het verwijt dat het onderzoek eenzijdig en partijdig is opgezet. De scepsis is verder aangewakkerd doordat ook individuele onderzoekers met regelmaat de controverse zoeken. Zo pleitte Anne-Lot Hoek voor het vernoemen van straten en pleinen naar Soekarno, terwijl de uitgesproken pro-Indonesische Remco Raben juist opriep om Nederlandse standbeelden te verwijderen. Ook de bizarre bewering van Rémy Limpach, dat “racisme in het DNA van KNIL-officieren” zou zitten, sorteerde woedende reacties. De kritiek zwol verder aan toen bleek dat Fridus Steijlen auctor intellectualis was van het eenzijdige frame van de 'anti-Nederlandse propagandafilm' De Oost. Het vertrouwen belandde recent op een dieptepunt toen Raben het bizarre pleidooi van de Indonesische Bersiap-ontkenner Bonnie Triyana publiekelijk omarmde, om de historische term Bersiap te schrappen.