Amsterdamse advocaten starten rechtszaak: "Staat moet meer doen om genocide in Gaza te bestrijden"

Danny

Twee Amsterdamse advocaten dagen woensdag de Nederlandse staat voor de rechter namens tien Nederlandse en Palestijnse mensenrechtenorganisaties. Ze vinden dat de regering te weinig doet tegen het geweld in Gaza en willen dat Nederland maatregelen neemt om genocide te voorkomen.

Advocaat Minke Gommer noemt het een eer om deze zaak te voeren en zegt dat de situatie zo ernstig is dat actie niet langer kan wachten. Samen met haar collega Christiaan Alberdingk Thijm vertegenwoordigt ze de organisaties.

Volgens Gommer blijft het kabinet hangen in politieke verklaringen en wijst het vooral naar de EU, terwijl er geen concrete stappen worden gezet. Ze benadrukt dat het Genocideverdrag landen verplicht om alles te doen om genocide te voorkomen, iets wat Nederland volgens haar nu nalaat. Ze pleit voor een stop op de export van wapens en diensthonden naar Israël en wil dat de handel met illegale Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever wordt tegengehouden.

De advocaat bezocht zelf enkele jaren geleden Palestijnse dorpen bij Israëlische nederzettingen. Ze herinnert zich de angst en wanhoop van de mensen die ze sprak en ziet diezelfde uitzichtloosheid nu terug bij de Palestijnse organisaties waarmee ze contact heeft. Dat contact verloopt moeizaam, onder meer omdat ze stelt dat velen zouden lijden aan honger en onzekerheid over hun toekomst.

Op de zaak kreeg Gommer uiteenlopende reacties. Sommige mensen prijzen haar inzet, anderen verwijten haar dat ze de rol van Hamas zou negeren. "We ontkennen niet wat er op 7 oktober is gebeurd, maar Israël heeft daarnaast verplichtingen onder internationaal recht die nu niet worden nagekomen", zegt ze daarover zonder de beestachtige aanval van 7 oktober op Israëlische burgers - waaronder veel kinderen - te veroordelen.

Als de rechter de organisaties gelijk geeft, verwacht Gommer dat de regering zich aan een uitspraak zal moeten houden, ook al gaf die onlangs nog aan geen extra maatregelen tegen Israël te willen nemen. Ze hoopt dat de rechtszaak een doorbraak kan forceren en Nederland tot actie kan dwingen.

De eerste zitting is woensdag 3 september in Den Haag.