Voormalig aanklager ICC verdiende miljoenen aan terreurslachtoffers

Jigzoz

Voormalig hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof Luis Moreno Ocampo ligt onder vuur wegens omstreden praktijken rondom een terrorismezaak tegen Qatar. Ocampo probeerde namens Syrische oorlogsslachtoffers een baanbrekende rechtszaak te beginnen waarin Qatar werd beschuldigd van het steunen van terroristische organisaties zoals Jabhat al-Nusra. Achter de schermen sloot hij echter een lucratieve overeenkomst met Qatar zelf, waardoor hij nu beticht wordt van ernstige belangenverstrengeling.

De zaak begon veelbelovend toen Ocampo in 2018 contact opnam met de bekende Nederlandse mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld om Syrische slachtoffers te vertegenwoordigen in een civiele rechtszaak tegen Qatar. Het doel was aantonen dat Qatar miljoenen had overgemaakt naar terroristen, wat kon leiden tot schadevergoedingen van tientallen miljoenen euro’s. De juridische kosten werden gedekt door een anonieme financier via zogenoemde ‘third party litigation funding’, waarbij financiers investeren in rechtszaken in ruil voor een aanzienlijk deel van de schadevergoeding.

Zegveld ging aanvankelijk mee in de plannen, slachtoffers werden gevonden via oproepen op sociale media en contacten binnen de Syrische vluchtelingengemeenschap in Nederland. De Syrische slachtoffers, onder wie ondernemers en mensen die gemarteld waren door Jabhat al-Nusra, werden verleid met beloftes van miljoenen aan schadevergoeding. Maar al snel begon het project scheuren te vertonen.

Centraal in de zaak stond een Syrische getuige, Majed al Saleh, die beweerde voormalige Syrische kolonel en inlichtingenofficier te zijn. Hij stelde bewijs te hebben van geldstromen van Qatar naar terroristische groeperingen. Voor zijn verklaringen kreeg Al Saleh maandelijks duizenden euro’s via een geheimzinnige constructie waarbij de betalingen werden gecamoufleerd als consultancywerk. Hoogleraren in het Verenigd Koninkrijk noemen dit een ontoelaatbare praktijk, omdat betaalde getuigen mogelijk hun verklaringen aanpassen om de betalingen veilig te stellen.

Ondertussen trok Liesbeth Zegveld zich in stilte terug, gevolgd door een reeks andere advocaten die eveneens problemen zagen. Zij constateerden dat er onvoldoende bewijs was om Qatar daadwerkelijk aan te klagen vanuit Nederland. Uiteindelijk verplaatste de zaak zich naar Londen, waar Britse advocaten mogelijkheden zagen om via de Doha Bank, gelieerd aan het Qatarese koningshuis, alsnog te procederen.

Toen de zaak in Londen liep, volgde een opvallende wending: Luis Moreno Ocampo werd ingehuurd door Qatar als mediator, met als taak om een schikking te treffen voor precies dezelfde zaak waarvoor hij eerder de Syrische slachtoffers vertegenwoordigde. Hij ontving maandelijkse betalingen en kreeg een bonus van ruim 5,5 miljoen euro als het tot een schikking zou komen. Dit leidde tot beschuldigingen van ernstige belangenverstrengeling, iets wat Ocampo zelf echter bagatelliseerde.

Ocampo’s dubbelrol kwam scherp aan het licht toen hij, nadat hij Qatar vertegenwoordigde, de VN vroeg om de zaak tegen Qatar stil te leggen, wat ook gebeurde. Tegelijkertijd stopte kroongetuige Majed al Saleh abrupt met zijn medewerking, naar eigen zeggen vanwege bedreigingen, maar volgens anderen vanwege geheime onderhandelingen met Qatar.

Daarnaast werden Syrische slachtoffers, die aanvankelijk miljoenen beloofd kregen, geconfronteerd met dubieuze schikkingsvoorstellen. Lourans Issa, een Syrische tolk die aanvankelijk slachtoffers wierf, adviseerde hen plotseling om de zaak te laten vallen, met de belofte dat zij buiten de rechtbank om meer geld zouden krijgen. Dat geld kwam echter nooit. De slachtoffers beschuldigen Issa nu ervan hen misleid en bedrogen te hebben. Issa ontkent deze aantijgingen.

De rechtszaak stortte uiteindelijk volledig in elkaar toen duidelijk werd dat het bewijs onvoldoende was en dat de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen ernstig was aangetast. In februari 2025 veroordeelde de Londense rechtbank het Syrische team tot het betalen van alle juridische kosten, omdat ze met onbetrouwbare getuigen en onvoldoende bewijs waren gekomen. De slachtoffers stonden met lege handen.

Deskundigen stellen dat deze zaak zeker niet uniek is binnen het groeiende verschijnsel van commerciële procesfinanciering, waarbij belangen van slachtoffers ondergeschikt worden aan financiële belangen van anonieme investeerders. Hoogleraren pleiten voor meer transparantie om te voorkomen dat slachtoffers misbruikt worden in zaken waarin financieel gewin het eigenlijke doel lijkt te zijn.

Luis Moreno Ocampo heeft met deze zaak zijn reputatie ernstig beschadigd. Hijzelf weigert uitgebreid commentaar, terwijl slachtoffers diep teleurgesteld achterblijven. “Ocampo heeft een spelletje met ons gespeeld,” aldus een slachtoffer. "Hij heeft onze verhalen alleen maar gebruikt om er zelf beter van te worden."