Huurpijzen fors omhoog
Huurders in Nederland worden volgend jaar geconfronteerd met aanzienlijke huurstijgingen, waarbij vooral de middenhuursector zwaar getroffen wordt. Voor huurders in deze categorie, met een maandhuur tussen de 900 en 1185 euro, geldt een maximale huurstijging van 7,7 procent. Dit is het hoogste percentage in vergelijking met de andere huurcategorieën. Huurders in de vrije sector kunnen een stijging van maximaal 4,1 procent verwachten, terwijl de sociale huurders een verhoging van maximaal 5 procent tegemoet kunnen zien. Deze cijfers zijn vastgesteld door het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en zijn bedoeld om de jaarlijkse huurstijging te reguleren.
De stijgingen zijn gebaseerd op twee belangrijke economische indicatoren: de inflatie en de cao-loonontwikkeling. Voor de vrije sector wordt het laagste van deze twee cijfers gebruikt, vermeerderd met een extra procentpunt. Dit jaar bedroeg de inflatie 3,1 procent, wat resulteert in een maximale huurstijging van 4,1 procent voor deze categorie. Voor de middenhuur wordt uitsluitend gekeken naar de cao-loonontwikkeling, die dit jaar uitkwam op 6,7 procent. Ook hier mag een extra procentpunt worden opgeteld, waardoor de maximale stijging op 7,7 procent uitkomt. Voor de sociale huur werd de cao-loonontwikkeling als uitgangspunt genomen, maar de uiteindelijke stijging werd vastgesteld na overleg tussen het kabinet, gemeenten en woningcorporaties. Dit overleg leidde tot een maximale verhoging van 5 procent per 1 juli 2025.
De invoering van de nieuwe regels verschilt per sector. Voor huurders in de middenhuursector gaat de maximale stijging van 7,7 procent al in per 1 januari 2025. Voor sociale huurders blijft tot 1 juli 2025 de limiet van 5,8 procent gelden die vorig jaar is vastgesteld. Daarna geldt de nieuwe limiet van 5 procent. Deze regulering volgt op afspraken die gemaakt zijn tijdens de recente Woontop, waar ook werd besloten om vanaf 2026 de maximale jaarlijkse huurstijging te koppelen aan een driejaarsgemiddelde van de inflatie. Dit moet zorgen voor meer stabiliteit in de huurstijgingen en voorspelbare inkomsten voor woningcorporaties.
De forse huurstijgingen roepen veel kritiek op, met name van de Woonbond, de belangenorganisatie voor huurders. De bond benadrukt dat de huren al jarenlang sneller stijgen dan de inkomens van huurders en dat de nieuwe verhogingen vooral kwetsbare groepen hard zullen raken. De Woonbond besloot zich terug te trekken uit de onderhandelingen over de huurverhogingen, omdat het bod van het kabinet als onacceptabel werd beschouwd. Directeur Zeno Winkels liet weten dat het oneerlijk is dat huurders moeten opdraaien voor de kosten van de wooncrisis en wees op de noodzaak van betaalbare huurprijzen.
Voor huurders in de vrije sector, waar de huurprijzen doorgaans al hoger liggen dan de liberalisatiegrens, bieden de nieuwe regels enige bescherming tegen excessieve verhogingen. In deze sector mogen verhuurders de huur niet meer verhogen dan het wettelijke maximum, zelfs als in het huurcontract een hoger percentage is afgesproken. Voor middenhuurders, die in veel gevallen al moeite hebben om rond te komen, zullen de stijgingen echter een zware last vormen. Dit segment is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden in het Nederlandse woonbeleid, maar de hoge huurstijgingen dreigen de betaalbaarheid verder onder druk te zetten.
Ook in de sociale huursector heerst onrust. Hoewel de maximale stijging van 5 procent lager is dan in de middenhuur, blijft deze nog steeds fors. De extra inkomsten worden door woningcorporaties onder meer gebruikt voor verduurzaming en de bouw van nieuwe sociale huurwoningen, maar dit biedt weinig troost aan huurders die nu al moeite hebben om hun maandelijkse lasten te betalen. De hogere huren dragen bovendien bij aan de algemene inflatie, die hierdoor verder kan oplopen en die heeft dan weer invloed op de toekomstige verhoging van de huurprijzen.