EU: Kabinet mag bescherming van Oekraïense derdelanders eerder stoppen

Danny

De Europese rechter heeft een belangrijk advies ontvangen over de opvang van zogenoemde derdelanders uit Oekraïne, waarbij het kabinet mogelijk eerder mag stoppen met hun bescherming dan die van andere vluchtelingen. Het advies gaat over personen uit landen als Algerije, Turkije, Pakistan en Nigeria, die legaal in Oekraïne verbleven toen de oorlog daar in 2022 uitbrak. Zij zijn destijds samen met andere oorlogsvluchtelingen naar Nederland gekomen en kregen op basis van Europese afspraken tijdelijke bescherming.

De Nederlandse overheid ziet deze derdelanders echter als een aparte categorie, waarvoor andere regels zouden gelden. Na een eerdere verlenging maakte het kabinet bekend dat hun tijdelijke bescherming op 4 maart zou aflopen. Dit besluit wordt nu aangevochten, en in reactie daarop vroegen de Raad van State en de rechtbank Den Haag om duidelijkheid bij het EU-hof.

De advocaat-generaal van het EU-hof heeft in zijn advies aangegeven dat een lidstaat de bescherming van derdelanders inderdaad vroegtijdig mag beëindigen, mits de algemene beginselen van het recht, zoals het bieden van rechtszekerheid, in acht worden genomen. Dit advies geeft richting aan het uiteindelijke vonnis van het EU-hof, dat binnen enkele weken wordt verwacht door de versnelde procedure.

Het is waarschijnlijk dat het EU-hof het advies van de advocaat-generaal grotendeels zal volgen bij het uitspreken van het vonnis. Dit kan voor de Nederlandse overheid betekenen dat zij de tijdelijke bescherming van deze specifieke groep vluchtelingen kan stopzetten, wat mogelijk gevolgen heeft voor de derdelanders die hun verblijf in Nederland willen voortzetten.