Babylonische spraakverwarring EU

Het gevolg van deze regel is dat er maar liefst 190 verschillende vertalingen mogelijk moeten zijn. Van Duits naar naar Grieks, van Fins naar Slowaaks of van Pools naar Zweeds, iedere combinatie moet in principe beschikbaar zijn. En dat stelt de EU nu voor flinke problemen, want waar vind je tolken die een toespraak in het Litouws naar het Hongaars kunnen vertalen, of die vloeiend Sloveens èn Deens spreekt?
Om deze problemen het hoofd te kunnen bieden, zal het Europese Parlement voorlopig gebruik maken van vertraagde vertalingen. Hierbij wordt een toespraak eerst in één 'makkelijke' taal vertaald, bijvoorbeeld het Engels, en daarna in een volgende. Probleem hierbij is echter, dat als de eerste vertaler een fout maakt, die vervolgens door de andere vertalers wordt overgenomen. Ook zal een vertraagde vertaling zeker niet bijdragen aan een soepele voortgang van het debat.
Ook hangt aan deze vertaalslag een flink prijskaartje. Nu al heeft de Europese Commissie zo'n 1300 vertalers in dienst, die 550 miljoen euro kosten. Na de uitbreiding is de verwachting dat het aantal vertalers zal moeten worden verdubbeld. De kosten zullen naar verwachting stijgen naar 800 miljoen euro.
Begrijpelijkerwijs vragen sommige Europarlementariërs zich af of het toch niet verstandiger is om één officiële EU-taal in te stellen. Daarbij lijkt het meest geaccepteerde Engels het meest voor de hand te liggen, maar o.a. de Fransen verzetten zich fel tegen deze suggestie. Ook zijn veel Europarlementariërs geen tweede taal machtig. Daarom zal het Europarlement voorlopig nog wel blijven fungeren als de hedendaagse toren van Babel.