1 miljoen mensen in Nederland voelen zich ernstig beperkt

Bijna een derde van de Nederlanders van 4 jaar en ouder zegt al langer dan een half jaar beperkt te zijn in wat zij in het dagelijks leven kunnen doen. In 2023 gaf 30 procent aan zo’n langdurige beperking te hebben. Bij 25 procent gaat het om een beperking die niet als ernstig wordt gezien, bij 6 procent is de beperking wél ernstig. Dat komt neer op ongeveer 1 miljoen mensen die zich ernstig beperkt voelen. Deze cijfers komen uit de jaarlijkse Gezondheidsenquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), onder mensen in particuliere huishoudens.

In totaal gaat het om zo’n 5,1 miljoen mensen met een langdurige beperking. Vooral ouderen melden problemen: van de 65-plussers zegt 52 procent beperkt te zijn, bij mensen van 4 tot 65 jaar is dat 24 procent. Het totale aandeel mensen met een beperking is in de afgelopen negen jaar gestegen, van 25,7 procent in 2014 naar 31,7 procent in 2024. Het deel dat zegt ernstig beperkt te zijn, schommelt al jaren rond de 6 procent en verandert dus nauwelijks.

Mensen met een beperking doen vaker een beroep op zorg en hulp van de gemeente. In 2023 kreeg 16,5 procent van hen ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Onder mensen met een ernstige beperking loopt dit op tot bijna 40 procent. Het gaat dan vooral om hulp in het huishouden en om vervoer, bijvoorbeeld via regiotaxi of aangepaste vervoersvoorzieningen. Oudere mensen met een beperking gebruiken de Wmo het vaakst: bij 65-plussers met een beperking ligt dit aandeel op 28,5 procent, tegenover 10,3 procent bij 30- tot 65-jarigen met een beperking.

Bij jongeren met een beperking speelt jeugdhulp een grote rol. Van de 4- tot 18-jarigen met een beperking ontving in 2023 een derde (33,2 procent) jeugdhulp terwijl zij thuis wonen. In dezelfde leeftijdsgroep zonder beperking gaat het om 13,9 procent. Volwassenen met een beperking maken ook vaker gebruik van regelingen rond werk en deelname aan de samenleving. Ruim 5 procent van de 18- tot 65-jarigen met een beperking gebruikte in 2023 re-integratie- of participatievoorzieningen vanuit de Participatiewet. Bij mensen zonder beperking in die leeftijd ligt dit rond de 1,6 tot 1,8 procent.

Een deel van de ondersteuning komt via de zorgverzekering. Van alle mensen met een langdurige beperking kreeg in 2023 ruim 32 procent hulpmiddelen en/of wijkverpleging vergoed via de Zorgverzekeringswet. Bij mensen met een ernstige beperking is dat zelfs 51,7 procent. Ook hier vallen ouderen op: van de 65-plussers met een beperking gebruikte bijna de helft (49,4 procent) hulpmiddelen of wijkverpleging, tegenover 20,6 procent bij leeftijdsgenoten zonder beperking.

Voor mensen die heel intensieve zorg nodig hebben bestaat de Wet langdurige zorg (Wlz). Vooral ouderen maken daar gebruik van. Onder alle mensen tot 65 jaar met een beperking ligt het gebruik van Wlz-zorg op 0,7 procent, bij 65-plussers met een beperking op 3,5 procent. Binnen de groep ouderen met een ernstige beperking krijgt 10,8 procent zorg vanuit de Wlz. Deze wet is bedoeld voor zware, langdurige zorg, bijvoorbeeld voor kwetsbare ouderen of mensen met een zware lichamelijke of psychische beperking, en vraagt altijd een officiële indicatie.

Een beperking heeft vaak ook grote gevolgen voor werk en inkomen. In de leeftijdsgroep van 30 tot 65 jaar ontving in 2023 één op de vijf mensen met een beperking (20,1 procent) een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Bij de groep met een ernstige beperking gaat het zelfs om bijna de helft: 48,6 procent. Dat laat zien dat gezondheidsproblemen niet alleen het dagelijks leven thuis raken, maar ook de kans om (volledig) betaald werk te doen.