Geef je een bedelaar geld of niet? Hulpverleners: het echte verschil maak je met aandacht

"Heb je misschien een paar euro voor me? Ik ben dakloos en kan nergens slapen." Veel mensen horen die vraag weleens bij een station of in een winkelstraat. Maar wat doe je dan? Geef je geld of niet? Een helder ja of nee is er niet, zegt Jan de Vries, directeur van het Straat Consulaat in Den Haag. De twijfel wordt groter door mensen zoals Bart uit Leiden, die geregeld bedelt bij Leiden Centraal en eerder vertelde dat hij het geld uitgeeft aan eten, drank, shag en wiet.

Het verhaal van Bart zorgt voor veel reacties op sociale media. Sommigen gebruiken zijn woorden als bewijs dat je beter nooit geld kunt geven aan iemand die bedelt. Toch ligt het minder zwart-wit, zeggen zowel De Vries als de Leidse straatpastor Femke Post. Zij vinden het een moeilijke vraag, juist omdat elke situatie anders is en elke persoon op straat een eigen verhaal heeft.

Binnen het straatpastoraat in Leiden hebben medewerkers onderling afgesproken dat zij zelf geen geld geven. In plaats daarvan kopen ze iets dat iemand direct nodig heeft. Dat kan een broodje zijn, koffie, een treinkaartje, ondergoed of een warme maaltijd. Ook het Straat Consulaat in Den Haag ziet dat als een goed alternatief: als je toch een supermarkt inloopt, kun je iets te eten of drinken meenemen voor iemand die op straat leeft.

Beide hulpverleners vinden dat mensen zelf moeten beslissen of zij geld geven. Post benadrukt dat iedereen daar eigen redenen voor heeft. Wel wijst De Vries op het hardnekkige beeld dat dakloze mensen alleen om geld vragen voor drank en drugs. Volgens hem kan dat kloppen in sommige gevallen, maar is dat lang niet altijd zo. Voor veel mensen op straat is bedelen simpelweg de enige manier om aan geld te komen om te overleven.

De Vries legt uit dat het leven op straat zwaar is. Drank en drugs kunnen een rol spelen vóór iemands dakloosheid, maar ook daarna. Soms raakt iemand alles kwijt door gebruik, maar soms begint het gebruik juist doordat iemand op straat belandt en de situatie niet meer volhoudt. Volgens hem is het belangrijk dat mensen dit in gedachten houden voordat zij iemand afwijzen of veroordelen op basis van een eerste indruk of een filmpje op internet.

Juist daarom stoort hij zich aan het filmpje van Bart. Volgens De Vries laat het niet zien hoe breed en verschillend de groep dakloze mensen is. Hij vindt dat het bijdraagt aan een eenzijdig beeld en extra stigma. Daarmee krijgen mensen die al in een kwetsbare positie zitten nog meer wantrouwen over zich heen, terwijl hun situatie vaak al zwaar genoeg is.

Of je nu wel of geen geld geeft, De Vries hoopt vooral dat mensen bedelaars met respect behandelen. Ook als je niets wilt of kunt geven, helpt het al om iemand even aan te kijken en kort te zeggen dat je niets geeft. Een kort "hallo" of een simpele vraag hoe het gaat, kan volgens hem een groot verschil maken in hoe iemand zich voelt.

Geld is volgens De Vries uiteindelijk niet het belangrijkste. Veel zwaarder telt het gevoel dat iemand nog gezien wordt. Iemand als mens benaderen, hoe kort ook, doet volgens hem veel met mensen die gewend zijn dat anderen wegkijken of met een boog om hen heen lopen. Dat kleine gebaar van erkenning kan voor iemand op straat soms meer waarde hebben dan een paar euro.