Iraanse bevolking snakt naar vrijheden: buik vol van het islamitisch regime

Iran beleeft al weken felle protesten tegen het leiderschap van ayatollah Ali Khamenei. Mensenrechtenorganisaties melden dat veiligheidstroepen dodelijk geweld gebruiken, maar toch blijven veel Iraniërs de straat op gaan. De onrust is lastig te volgen, omdat het regime grote delen van het internet heeft afgesloten. Mohammad, die zondag naar Armenië reisde om zijn werk te kunnen doen, vertelt dat hij eerder ook al het land ontvluchtte. Hij zag geen andere keuze, omdat hij zonder internet geen inkomen heeft.

Hij zegt dat de woede in Iran vooral voortkomt uit de slechte economie en uit onvrede over de rol van Iran in de regio. Volgens hem zijn mensen moe van de vele buitenlandse conflicten waarbij het land betrokken is. De Iraans-Nederlandse hoogleraar Asghar Seyed-Gohrab hoort hetzelfde geluid. Hij wijst op leuzen die protestanten scanderen, zoals "Niet voor Gaza, niet voor Libanon, mijn leven alleen voor Iran". Veel Iraniërs zijn boos dat geld jarenlang naar milities zoals Hamas en Hezbollah ging, terwijl het leven in eigen land steeds zwaarder werd.

Doordat het internet is geblokkeerd, hebben veel mensen buiten Iran nauwelijks contact met hun familie. Seyed-Gohrab vertelt dat hij het gevoel heeft in een wachtkamer te zitten, omdat hij niet weet hoe het met zijn familieleden gaat. Ook Negin Nafissi, die in 2009 deelnam aan de Groene Revolutie en daarna moest vluchten, krijgt weinig informatie door. Mensen die ze spreekt, zijn voorzichtig uit angst dat het regime meeluistert. Sommigen zien pas in het buitenland hoe heftig de protesten zijn, omdat beelden Iran niet uitkomen.

De roep om vrijheid is volgens Mohammad en Nafissi groot, vooral voor vrouwen. Nafissi zegt dat ze vroeger meerdere keren werd opgepakt omdat haar hoofddoek niet goed zat of omdat ze een spijkerbroek droeg. Zij noemt het dagelijks leven in Iran zwaar en streng, iets wat volgens haar al jaren aanhoudt. Seyed-Gohrab zegt dat een groot deel van de bevolking graag minder religieuze druk wil, maar dat de macht bij geestelijke leiders ligt die regels blijven opleggen.

Mohammad denkt dat een terugkeer van Reza Pahlavi, de vroegere kroonprins die in de Verenigde Staten woont, tijdelijk steun kan geven. Pahlavi roept al langer op tot protest en krijgt veel aandacht van Iraniërs in binnen- en buitenland. Of Iran weer een monarchie moet worden, wil Mohammad niet voorspellen. Hij zegt dat alleen verkiezingen daar duidelijkheid over kunnen geven.

De protesten begonnen eind december en het regime treedt volgens meerdere onderzoeksinstituten hard op. Denk­tanks zoals CTP-ISW en organisaties zoals Amnesty International melden dat de repressie moet afschrikken. Zij zien dat het aantal protesten op sommige plekken daalt door het geweld. Toch verwachten Mohammad, Nafissi en Seyed-Gohrab niet dat de onrust snel stopt.

Volgens hen is er een punt bereikt waarop geen van beide kanten kan terugkrabbelen. Mohammad noemt het een nationale revolutie. Nafissi ziet dat Pahlavi een sterke stem is voor veel actievoerders en dat media en wereldleiders meer aandacht hebben voor de situatie. Seyed-Gohrab zegt dat de vele doden en arrestaties laten zien dat een grens is bereikt. Daardoor is de kans klein dat de spanning in Iran op korte termijn afneemt.