Rechter: kamerlid GŘndogan moet terug in fractie van Volt

Politieke partij Volt moet alle maatregelen tegen Tweede Kamerlid Nilüfer Gündogan terugdraaien: zowel de schorsing als de beeïndiging van haar fractielidmaatschap zijn onterecht en moeten per direct worden ingetrokken. Ook moet de partij haar een voorlopige schadevergoeding van 5000 euro betalen. Dat heeft de voorzieningenrechter bepaald.

Kamerlid Gündogan werd op 13 februari 2022 geschorst als fractielid. Dat gebeurde nadat er bij de partij meldingen over haar waren binnengekomen die zouden wijzen op grensoverschrijdend gedrag. De schorsing werd de volgende dag in een persbericht bekendgemaakt. Op 23 februari werd het partijbestuur door het door hen ingeschakelde onderzoeksbureau BING in een tussenrapportage geïnformeerd over de voortgang van het onderzoek. Er was op dat moment nog niet door het bureau met Gündogan zelf gesproken. Op 26 februari werd het fractielidmaatschap van Gündogan beëindigd Op 1 maart ontmoetten de partijen elkaar voor de rechter. Het Kamerlid ontkende daar dat er van grensoverschrijdend gedrag sprake was en stelde dat de schorsing en beëindiging van haar fractielidmaatschap onterecht waren, ook omdat er nog geen hoor en wederhoor was gepleegd.

De voorzieningenrechter stelt Gündogan in het gelijk en oordeelt dat Volt in de hele affaire te voortvarend een onjuiste weg heeft bewandeld. Ten aanzien van de schorsing als fractielid concludeert de rechtbank dat hier zowel juridisch als inhoudelijk geen grond voor was. De partijstatuten en het Fractiereglement bieden voor een schorsing geen juridische grondslag. Het schorsingsbesluit had alleen daarom al nooit genomen mogen worden.

Ook inhoudelijk was er onvoldoende basis om tot een schorsing over te gaan: weliswaar mocht Volt naar aanleiding van de eerste melding van mogelijk grensoverschrijdend gedrag actie ondernemen, maar een schorsing van Gündogan zonder deugdelijke uitleg waarom, zonder de aard van de klachten toe te lichten en zonder enige vorm van hoor en wederhoor, kan niet door de beugel.

Ten aanzien van de beëindiging van het fractielidmaatschap komt de rechtbank eveneens tot de conclusie dat er zowel geen correcte procedure is gevolgd als dat er voor het besluit ook inhoudelijk onvoldoende grond was. Procedureel gezien had de partij volgens het eigen Fractiereglement eerst andere stappen moeten zetten voordat er tot beëindiging  van het fractielidmaatschap mocht worden besloten: in geval van mogelijk ongewenste omgangsvormen dient een kamerlid minimaal twee waarschuwingen op schrift te hebben gekregen, waarbij een verbeterplan wordt opgesteld. Ook moeten er met het kamerlid meerdere gesprekken zijn gevoerd waarvan verslag is gemaakt en moet het kamerlid zich in een besloten kamerledenoverleg kunnen uitspreken over de situatie. Dit alles is in het geval van Gündogan niet gebeurd.

Ook inhoudelijk waren er onvoldoende redenen om Gündogan uit de fractie te zetten. Het onderzoek van BING was nog niet afgerond. Nota bene had BING zelf in de tussenrapportage benadrukt dat het nog te vroeg was om aan de meldingen inhoudelijke conclusies te verbinden. Er was daarmee geen enkele reden om de schorsing om te zetten in een beëindiging van het fractielidmaatschap. Ook het verzet van Gündogan tegen de keuze voor BING, of het feit dat zij naar de rechter stapte en de publiciteit zocht, vormen hiervoor, anders dan Volt tijdens de rechtszitting betoogde, geen rechtvaardiging.

Het conflict tussen Gündogan en haar partij ontstond in de nasleep van de uitzending van het programma BOOS, over grensoverschrijdend gedrag bij het televisieprogramma The Voice of Holland. De voorzieningenrechter vindt het begrijpelijk dat de jonge en relatief onervaren partijleiding van Volt in het licht van de maatschappelijke discussie die de uitzending teweegbracht, is geschrokken van de eerste melding die bij haar binnenkwam. Terecht heeft zij gemeend dit signaal niet te mogen negeren en te moeten opkomen voor medewerkers die zich onveilig voelen. Volt heeft waarschijnlijk in alle oprechtheid gemeend het juiste te doen, maar is hierbij te hard van stapel gelopen. De rechter geeft de partijen dringend in overweging om onder leiding van een mediator in gesprek te gaan. Dan kan ook worden besproken op welke wijze alsnog onafhankelijk onderzoek kan worden gedaan naar Gündogan.