VS onderzoeken berichten gifgasaanval SyriŽ

De Verenigde Staten onderzoeken berichten over een gifgasaanval in een dorp ten noorden van de Syrische hoofdstad Damascus. De berichten zijn tot dusver niet bevestigd, zei de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties Samantha Powers zondag.

De berichten uit het dorp Kfar Zeita in de provincie Hama blijven vaag. Video's die door activisten van de rebellen online zijn gezet tonen mannen, vrouwen en kinderen met bleke gezichten die naar adem snakken in een veldlazaret. De beelden suggereren dat ze slachtoffer zijn van een of ander gif. De Syrische staatstelevisie gaf extremisten van het Nusra Front de schuld van de aanval, die zou zijn gepleegd met chloorgas.

President Bashar Assad heeft volgens de Syrische staatstelevisie in Damascus gezegd dat het tij in de burgeroorlog aan het keren is ten gunste van het regime. In een toespraak voor studenten en docenten aan de Universiteit van Damascus sprak hij van 'een keerpunt in de crisis, zowel in militair opzicht in de oorlog tegen terreur als maatschappelijk in termen van nationale verzoening en toenemend besef over de ware doelen van de aanval op het land'.

De uitspraken van Assad volgen op een reeks successen voor de regeringsstrijdkrachten op het slagveld, vooral rond de hoofdstad. In verschillende buurten van Damascus hebben de troepen van Assad wapenstilstanden met oppositiestrijdkrachten gesloten en hebben uitgeputte opstandelingen hun wapens overgedragen, in ruil voor een verlichting van verstikkende blokkades.

Op veel plaatsen elders in het land wordt nog fel gevochten. In de noordelijke stad Aleppo kwamen volgens activisten in het weekeinde zeker 29 mensen om het leven. Het Observatorium voor de Mensenrechten meldt dat onder hen minstens zestien opstandelingen waren. Voorts zouden dertien burgers zijn omgekomen door 'vatbommen', vaten vol explosieven die vanuit helikopters werden gedropt op buurten die in handen van rebellen zijn.

De Lokale Coördinatiecomités meldden dat ook zondag luchtaanvallen werden uitgevoerd in Aleppo. Ook een dorp in de olierijke provincie Deir el-Zour bij de grens met Irak zou zijn bestookt.