Dodelijke date 12

Dick (Bornfree)

Mijn gezicht deed pijn. Langzaam keerde het licht in mijn ogen terug. Maar eerst die pijn. Ik lag op de grond, het was stil in de hotelkamer. Ik besefte dat ik door Mo tegen de grond geslagen was. Een traan deed zeer in mijn oog. Langzaam stond ik op en liep naar de badkamer. Ik keek in de spiegel en schrok. De rechterkant van mijn gezicht was vuurrood. Ik had een klein sneetje onder mijn rechteroog en een dikke lip aan de rechterkant. Zo durfde ik de straat niet op. Ik beoordeelde zelf of ik naar een dokter zou gaan. IJs, ik moest ijs hebben. Ik bestelde het via roomservice. Bijna een uur lang koelde ik mijn opgezwollen gezicht met ijs in handdoeken. Het zou lang niet zo erg opgezwollen raken als ik maar zou blijven koelen. Ik keek op mijn telefoon en vroeg mij nog geen moment af waar Mo was. Ik had een belangrijke voorzorgmaatregel wel direct uitgevoerd en de deur aan de binnenkant op slot gedraaid.

Ik onderzocht de kamer en zag dat zijn koffer weg was. ‘De lul’, dacht ik. Dit zou nooit meer goedkomen, ik wist het zeker. Ik ging op het balkon zitten, waar een armoedig plastic zitje stond, samen met een verse lading ijs in de inmiddels nat geworden handdoeken. Ik vond mijzelf een ongelofelijk naïeve trut, maar dat was van korte duur. Ik nam uitgebreid de tijd na te denken wat er nu eigenlijk gebeurd was en waarom ik niet direct naar het politiebureau gegaan was om aangifte te doen van mishandeling. Ik had er absoluut geen zin in de administratieve molen op een Turks politiebureau in te gaan. Dan maar ijs. Ik voelde de helende werking al, het verdoofde de pijn. Ik had uit voorzorg ook twee paracetamol 500 mg. ingenomen. Dit zou ik om de vier uur doen.

Ik zat uren voor mij uit te staren en vroeg mij voor het eerst af waar ik mee bezig was. Ik dacht eraan mijn vriendinnen te bellen. Cinthia misschien. Nee, ik wilde de rauwe waarheid en werkelijkheid zo lang mogelijk helemaal zelf voelen. Ik koos er bewust voor het slachtoffer nog even niet te zijn, maar bedacht heel even hoe ik de aanvaller zou kunnen zijn. Die gedachte gaf mij meer rust en deze rust voelde als genezing zonder medicijnen. Mijn telefoon zoemde al een tijdje zonder onderbreking. Moeizaam stond ik op en besefte op dat moment dat ik ook in mijn ribben was geraakt. Ik keek in de spiegel en zag de rode gloed ter hoogte van mijn ribben aan de rechterkant, alweer aan de rechterkant. Hij had volgens mij op mij in lopen slaan toen ik al op de grond lag. Ik wist zeker dat ik geen enkele weerstand had geboden. Ik zag ook geen verwondingen aan de binnenkant van mijn onderarmen en polsen. Ik keek in het scherm van mijn telefoon en zag dat Mo onophoudelijk aan het sms’en was. De eerste: ‘Sorry, duizendmaal sorry.’ ‘En de rest zal ook wel dikke bullshit zijn’, dacht ik. Toch schreef ik hem terug: ’Waarom ben je weggegaan, lafaard?’ Hij reageerde niet direct en ik verdween weer naar het balkon om samen met het nachtleven acties in mijn hoofd voor te bereiden. Ik wist het zeker: hij moest hiervoor gestraft worden.

Omdat hij zo heftig gereageerd had op dat voorval met mijn beurs, vertrouwde ik Mo niet meer en liet uit voorzorg al mijn pasjes blokkeren nadat ik duizend euro contant van mijn eigen creditcard gepind had. Het was een moeizame actie mij zo te schminken dat het zo goed als niet opviel dat ik mishandeld was. Maar bij de geldautomaat belde ik de noodnummers van mijn banken en vroeg ze om de passen te blokkeren. Dit werd direct uitgevoerd, bij al mijn banken.
Ik begon te geloven dat Mo een crimineel moest zijn. Het kon niet anders, er waren zo veel zaken die nu samen leken te vallen. Het hele verhaal van de Bijenkorf en zijn late bezoek daar. Nog wilde ik het niet geloven. Waar was hij nu? Hoe ging hij naar Nederland? Gaat hij wel naar Nederland? Waar is hij? Ik zocht naar onze vliegtickets, ik vond ze alle twee. Vreemd genoeg gaf dat mij rust. Dat zou betekenen dat hij terug zou komen ondanks het feit dat hij zijn koffer wel mee had genomen. Wel een koffer maar geen tickets. Hoe ging hij terug naar Nederland? De volgende dag zouden we al vertrekken. Ik zag mijzelf al inchecken, alleen. Ik bedacht mij ook dat ik in ieder geval zou doen alsof mijn neus bloedde wanneer stewardessen iets zouden vragen over de lege stoel naast mij. Maar dat was natuurlijk onzin want we droegen dezelfde achternaam niet en wie zegt dat wij bij elkaar hoorden? Het was vreemd, ik wilde maar één ding en dat was naar huis, nu. Ik zat om vier uur ’s nachts al op bed met mijn koffer helemaal ingepakt terwijl ik pas om drie uur ’s middags terug zou vliegen. Ik moest voor tien uur in de ochtend de kamer verlaten.

Ik had beneden in een straatje wat brood, beleg en drinken kunnen halen. Ik wilde absoluut niet in het restaurant van het hotel zitten met zo’n gezicht. Ik was bezig met mijn ontbijt in onze kamer en merkte dat het bewegen van mijn kaken om te eten bijzonder veel pijn deed. Er werd op mijn deur geklopt. Hij kon niet zomaar in de kamer komen; ten eerste omdat ik de deur van binnenuit op slot had gedaan en ten tweede omdat ik het kaartje had om de deur te openen.
‘Wie?’ riep ik.
‘Mo. Ik wil je mijn excuses aanbieden’, zei hij met een bijzonder milde stem.
‘Excuus?’ Ik werd woedend en wilde hem mijn gezicht laten zien. Ik deed de deur van het slot en opende deze met een grote zwaai. Ik zag Mo en nog een paar andere mannen die mij niet bekend waren. Dit was het laatste wat ik waarnam. Het werd inktzwart.