Onderschat nooit de kat

Maurits (perikles)

Wat de kortste weg lijkt is niet altijd de snelste. Het klinkt als een cliché en dat is het ook. Zoals de meeste clichés is ook dit cliché waar. En dat is alweer een cliché, en al even waar, maar het goede nieuws is: het maakt niet uit. De les die ik geleerd heb is deze: Ga geen enkel cliché uit de weg, als je er handig mee omgaat kan je er je voordeel mee doen.

Ik geef een voorbeeld: Dat wij, katten, niet in staat zouden zijn om met onze tengels van een lekker stukje vlees af te blijven. Die reputatie kleeft ons aan en daar lijken we op het eerste gezicht weinig mee op te schieten. Want de lekkerste stukjes vlees worden buiten ons bereik opgeborgen. 'Een gewaarschuwd mens telt voor twee', zeggen onze zogenaamde baasjes dan. De meeste katten doen geen moeite om aan die ongelukkige omstandigheid het kopje te bieden. Ze hebben het goed genoeg, vinden ze. Ik respecteer die visie maar ben zelf uit ander hout gesneden. Voor ik verder ga moet ik het eerst even over onze baasjes hebben, want ach ja, zo zien ze zich nu eenmaal. Een absurde misvatting uiteraard, katten hebben geen baasjes, honden hebben baasjes. De zogenaamde trouwe viervoeters, alweer zo'n gruwelijk cliché, hebben nu eenmaal baasjes nodig. Aan een hond kan je geen beslissing overlaten, nog niet eens waar en wanneer hij poept. Voor ons, katten, is het een keuze om te doen alsof wij ons schikken in het schema: baasje-troeteldier. Die omstandigheid stelt ons in staat van dezelfde voordelen te profiteren als ons debiele huisdierenbroertje. Maar dan zonder de nadelen, als we het handig aanpakken.

Even kort door de bocht, ik heb mijn baasje afgericht, zoals baasjes honden africhten. Ik laat graag zien hoe ik dat aangepakt heb door terug te keren naar het voorbeeld. Het cliché dat je een kat niet op het spek moet binden zoals 'baasjes' ginnegappend onder elkaar zeggen. Het zoveelste moddervette cliché. En dus onvermijdelijk waar. Wie zich in het wezen van het cliché verdiept heeft, weet dat elk cliché te overwinnen is. Puur door wilskracht. Die wilskracht heb ik opgebracht. Mag ik u vragen eens naar onderstaande foto te kijken? Wat ziet u dan? Natuurlijk een kat die naast een pannetje met vlees zit. De cliché-interpretatie luidt dat hier een kat is betrapt terwijl hij op het punt staat een pannetje met vlees leeg te eten dat niet voor hem bestemd is. Een heterdaadje in politietaal. Dat woord alleen al, clichés zijn niet alleen het levende bewijs van een hemeltergende domheid, maar daar komt nog een dosis ranzige kluchtigheid bovenop. Mensen observerend kan ik niet tot een andere conclusie komen dan dat een mensenleven aan elkaar hangt van clichés. Laat me mezelf eerst fatsoenlijk voorstellen, de kat op de foto ben ik. Let eens even op mijn ogen, ik kijk recht de camera in, zoals een ervaren televisiepresentator. Zijn dat schuldige ogen? Nee toch! Dat heeft zelfs mijn baasje in de gaten, mits ik de vermoorde onschuld er duimendik bovenop leg. Hij is inmiddels honderd procent geconditioneerd om mijn gedrag op te vatten op een manier die mij goed uitkomt.

Ik geef wel toe, het mogelijk maken van soortgelijke tafereeltjes heeft heel wat investeringen gevergd. In tijd en in versmade lekkere hapjes. Want natuurlijk valt het niet mee om van dat pannetje af te blijven. Hoeft ook niet. Zodra mijn reputatie gevestigd was, volstond het geen sporen achter te laten en me niet te laten betrappen. Mijn baasje wil namelijk o zo graag geloven dat zijn kat de uitzondering op de regel is. Hij denkt werkelijk dat hij me geleerd heeft te gehoorzamen. In zijn referentiekader 'weet' ik dat ik er niet aan 'mag' komen. Een perceptie die past bij de belevingswereld van die inferieure species: hond, dat miserabele inteeltproduct dat slechts geschikt is voor slavernij.

Zoals ik al zei, ik heb moeten investeren. Op de foto zie je me daarmee in de weer. Wat aan de foto voorafging is het volgende: Mijn 'baasje' had het pannetje per ongeluk onbeheerd in de keuken laten staan. Dat ontdekte ik bij toeval toen ik eens op het aanrecht gesprongen was. Ik zag mijn kans schoon, ik ging ernaast zitten en wachtte net zo lang tot hij me 'betrapte'. O, wat vond hij me braaf, wat een brave poes was ik. Ik gaf bijna over van al die kinderachtige loftuitingen die zo ongepast zijn voor mijn edele soort, laat staan voor een hoogsensitieve vertegenwoordiger ervan. Het voorval bewees dat mijn strategie feilloos werkte. Zo goed dat mijn baasje besloot me nog een paar keer op de proef te stellen. Wie nu eigenlijk wie op de proef stelde, laat zich door oplettende lezertjes moeiteloos raden. Ik vertrouw erop dat het patroon u langzamerhand duidelijk is geworden, al bent u dan zelf een mens. Met de finish binnen bereik maakte ik natuurlijk geen fout meer. Ik keek niet eens naar het uitnodigend gepositioneerde malse gebraden kippetje, of een verleidelijke stevige rollade, die haast onweerstaanbare flinke biefstuk. Mijn tijd komt nog wel, hield ik mezelf voor, terwijl het water me uit het bekje liep.

Veni, vidi, vici. Ik woon in luilekkerland. De heerlijkste lekkernijen worden niet meer voor me verborgen. Mijn baasje is volledig in de ban van een heilig geloof dat ik de uitzondering ben die de regel bevestigt. Ik snoep hier eens wat uit, dan daar eens wat van, zonder dat de verdenking ooit op mij valt. Want ik weet precies hoever ik te ver kan gaan, om een uitspraak over Henk van der Meyden te parafraseren. Dat de uitdaging weg is, dat is de andere kant van de medaille. En het kost me steeds meer moeite de aanblik van de zelfvergenoegde tronie van 'mijn baasje' te verdragen. Wat zal zijn wereld instorten als hij straks de ravage aanschouwt die ik heb aangericht in de kerstkalkoen. Mijn bagage is gepakt. Er zijn andere baasjes die erom smeken afgericht te worden.