Lentenieren

Robert (Sdivad)

“Min 18. Min fucking 18 graden Celsius. Het staat er echt.” Zo opende ik bijna twee maanden geleden mijn column, ‘Horrorwinter’. De verwarming aanzetten was het eerste wat ik deed in de ochtend. Naar buiten gaan deed ik alleen als het echt nodig was. En nu, zeen weken later, is het bijna 40 graden warmer. Het eerste wat ik nu ’s ochtends doe is de ramen opengooien om de vogels te horen fluiten. Was het maar altijd lente.

Alhoewel, diezelfde vogels vervloek ik ’s middags op de terrasjes. Kunnen we niet met ze afspreken dat ze ’s ochtends gewoon in de bomen zitten, een beetje rondvliegen en wat fluiten en dat ze ’s middags ook in die bomen zitten en zich rustig houden? Op de terrasjes zijn er wel andere zaken waar ik naar wil kijken dan huppende vogeltjes. Aantrekkelijke voorbijgangers bijvoorbeeld, om ze zo maar even te noemen. Waar hebben zij heel de winter eigenlijk gezeten? Oh, was het maar altijd lente.

Sport kijken is deze dagen, aan het begin van de lente, een vreemde gewaarwording. Natuurlijk zijn daar de zonovergoten voetbalvelden en de wielerklassiekers, maar ook, logisch zo aan het begin van de lente, de schaatsers en schaatssters in Thialf. Ik vind dat een prima combinatie. Heerlijk in het zonnetje naar het schaatsen kijken, waar de koningin op de tribune zit. Hollandse lente.

In de lente komt ook de dichter in mij naar boven, heb ik gemerkt. Een heel matige dichter volgens mij, maar toch, er komen maar zo zinnen op papier:

Lente is
in de zon zitten
op het gras
drie uren lang
je gezicht verbrand
maar gelukkig
je had een biertje
in de hand

Het zal u zijn opgevallen: ik word blij van de lente. En met mij vele anderen. Iedereen lijkt ineens vrolijk te zijn en zin te hebben in alles. Het zonnetje schijnt, letterlijk en figuurlijk. Maar in oktober, of misschien zelfs al in september, is het uit met de pret. Was er maar zoveel lente, dat ik de rest van mijn leven ervan kon genieten. Kon ik maar lentenieren.