Kerstverhalen van FOK!kers (2)

Walter (Seborik)
Zaterdag 24 december wordt de uitslag van de Kerstverhalenwedstrijd 2005 afgerond met de bekendmaking van de winnaar tussen 9 en 12 in het radioprogramma Capuccino op radio 2. In totaal zijn er 393 verhalen ingestuurd waaronder veel door FOK!kers. Hier zijn er nog twee.

Verhaal door Biancavia

Dit jaar wil ik wat anders!

'Ik wil toch eens een keer wat anders doen.'
'Ja, ik eigenlijk ook wel.'
'Het wordt nu al het vijfde jaar dat we op Eerste Kerstdag naar jouw ouders gaan.'
'En Tweede Kerstdag naar de jouwe.'
'Het is elk jaar hetzelfde.'
'Ja, het wordt wel een beetje een sleur.'
'Zou jij er ook niet eens een keertje tussenuit willen gaan?'
'Ja! Misschien kunnen we een vakantiehuisje huren ofzo.'
'Of een weekje naar Bali.'
'Welja, droom jij maar lekker verder.'
'Met kerstmis op het strand liggen lijkt me anders wel wat!'
'Dan doen we dat volgend jaar dan wel, als we de loterij gewonnen hebben.'
'Afgesproken! Toch wil ik dit jaar ook wel ergens naar toe met zijn tweeën.'
'Ik vind het prima.'
'Mooi. Dan zal ik zo eens op internet zoeken of ik wat kan vinden.'

'Schat?'
'Ja.'
'Mijn moeder belde net. Of wij ook dit jaar de salades klaar willen maken.'
'Oh. Wat heb je gezegd?'
'Ik zei dat ik nog niet wist of wij er wel bij zouden zijn deze keer.'
'En?'
'Toen bleef het best lang stil.'
'Hm.'
'Ze klonk daarna ook wel best teleurgesteld.'
'Nou ja, dan gaan we toch vlak voor wij weggaan nog even bij ze langs.'
'Dat moeten we zeker doen.'
'Dan kunnen we gelijk het cadeau ophalen wat ze elk jaar voor ons kopen.'
'Alsof het alleen maar om het cadeau gaat!'
'Nee hoor, het gaat om het gebaar.'
'Oh, wat klink jij weer dankbaar zeg. Heb je trouwens nog wat gevonden op internet?'
'Ja, kijk hier eens. Lijkt dit je niets?'
'Ziet er op zich wel gezellig uit.'
'Ja, eindelijk eens een keer een paar dagen met zijn tweetjes.'
'Zullen we ook maar wat spelletjes meenemen?'
'Ik weet spelletjes genoeg voor ons samen!'
'Ja ja! Nee, ik bedoel natuurlijk scrabble ofzo.'
'Dat vind ik nooit zo leuk met zijn tweeën.'
'Nee, jij kan gewoon niet tegen je verlies!'
'Echt wel, maar ik win gewoon altijd.'
'Ja, ik laat je altijd winnen, omdat je anders de rest van de avond chagrijnig bent!'
'Dat zeg je alleen maar omdat je het gewoon niet kunt winnen van mij.'

'Lieverd! Ik heb een email van mijn broer gekregen!'
'Oh?'
'Ja, hij komt dit jaar met kerst over uit Canada!'
'Je hebt hem al vijf jaar niet meer gezien, toch?'
'Nee inderdaad. Zijn vrouw en kind komen ook mee trouwens.'
'Dat is wel heel erg leuk!'
'Ja, mijn neefje is al zes jaar, die heb ik alleen als baby gezien.'
'Toen was jij toch naar Canada geweest?'
'Ja, klopt. Ik ben wel benieuwd hoe het nu met hem gaat.'
'Ja, dat kan ik me voorstellen.'
'Dat contact over internet is wel fijn, maar het is natuurlijk wel wat anders om hem zelf weer te kunnen spreken.'
'Dat is ook zo.'
'Eigenlijk, hè...'
'Ja...'
'Misschien moeten we toch dit jaar maar gewoon, eh…’
'Ja, misschien toch maar wel.'
'Dat is toch wel zo gezellig.'
'Weet je wat?'
'Nou?'
'Ik bel mijn moeder om te zeggen dat wij ook dit jaar weer voor de salades zullen zorgen.'


Verhaal door Tobbes

De dag waarop 'kikker' 'Kermit' werd.

In de ijzige Hollandse winterkou beweegt Karim zich door de Bijlmer. In gedachten verzonken staart hij nu eens naar de grond, om dan weer naar de razende donkergrijze wolken te turen. Grauwe flatgebouwen verrijzen in zijn ooghoeken. Plots wordt hij uit zijn eigen, geborgen wereld getrokken om geconfronteerd te worden met de harde, echte wereld. Een robuust ogende Hollander, tikt hem op de schouder en vraagt de enigszins verbaasde jongen waar hij wel niet denkt dat hij mee bezig is. Na een afkeurende blik opzij loopt hij stoïcijns door. Negeren heeft geen zin. Nu gepaard met een ruwe hand op Karim's schouder, wordt de vraag opnieuw gesteld. "Ik zou maar uit de buurt blijven, anders blaas ik mezelf op."

De door doodsangst bezeten Hollander springt opzij. Na enkele seconden realiseert hij zich dat er zojuist, door nota bene een buitenlander, een gevatte opmerking in zijn richting is gemaakt. De doodsbange Hollander wordt dan ook weer de stoere onverschrokkene. "Wat zei je? Gaan we bijdehand lopen doen? Zeg dat nog eens?" "Ik zou maar uit de buurt blijven, anders blaas ik mezelf op."

De door drift bezeten Hollander springt naar hem toe. Zijn vuist vertrekt doelgericht richting het linkeroog van Karim. Mis. Een derde, onbekende, man die het geschetste tafereel heeft aanschouwd pakt de Hollander vlak voor het moment van impact beet om hem bij Karim vandaan te houden. Alhoewel de Hollander als een Germaan tekeer blijft gaan, weet de wakende man het beest van het schaap weg te drijven.

Vervolgens probeert de man tot de Hollander door te dringen. "Wat is er nou echt aan de hand?" Deze vraag moet zeven maal herhaald worden voordat het laaiende vuur door opkomende tranen wordt gedoofd. De Hollander valt huilend in de armen van de man. Karim wordt vervolgens ongewild toeschouwer van een ware klaagzang. De blikken van de man en Karim kruisten elkaar en een kleine glimlach kon door beiden niet onderdrukt worden. Ze zagen dat het goed was.

Drie weken later liep Herman door de Bijlmer. Enigszins door schaamte bezeten staarde hij naar de grond. Toen hij even naar de hemel tuurde voelde hij dat er een bal tegen hem aan werd geschoten. Herman keek rond en zag dat de bal afkomstig was van een groep Marokkanen die op straat aan het voetballen waren. Enigszins geïrriteerd schoot Herman de bal net iets te hard terug. Hij liep door.

"Hollander" hoort Herman een van die Marokkanen roepen. Herman kijkt om en de enigszins verbaasde jongen ziet een oude bekende: Karim. Even lijkt de wereld stil te staan. Herman en Karim lopen op elkaar af, kijken elkaar aan, knikken elkaar gemoedelijk toe, en schudden ferm de hand. "Sorry" stamelt Herman, waarop Karim antwoord: "Het is goed".

Twee dagen later, zit de wakende man ergens in de Bijlmer op het balkon van een grauwe grijze flat. Hij staart wat naar de lucht om vervolgens naar beneden te turen. Daar, op straat, ziet hij Karim en Herman voetballen. Met een goedkeurende glimlach verdween hij van het balkon. Hij had gezien dat het goed kon zijn.

Voor meer kerstverhalen van FOK!kers kun je hier terecht.