Welk boek můet ik hebben gelezen?

Days-of-wild is een paar weken afwezig. Zonnetje40 publiceert daarom op woensdagochtend een columnreeks over boeken/muziek/gerechten/films die je moet hebben gelezen/beluisterd/geproefd/gezien.

Mijn moeder las ons vroeger altijd voor als we ’s avonds naar bed gingen. Ik kroop dan dicht tegen haar aan in mijn pyjamaatje en zoog het verhaal in me op. Ze kon goed voorlezen en ik waande me in de wereld van het verhaal waaruit ik dan vervolgens wreed opgeschrikt werd door de woorden: “Zo. Morgen gaan we verder.” Mama klapte het boek dicht en wij zeurden natuurlijk nog om ‘nog één hoofdstukje’.  We smulden van de boekjes van W.G. van de Hulst. ‘Het klompje dat op het water dreef’, ‘Het weggetje dat niemand wist’, ‘Het Kerstfeest van twee domme kindertjes’ en ‘Het huisje in de sneeuw.’ Van de Hulst was een christelijke schrijver, dus het is best denkbaar dat veel mensen deze schrijver niet kennen. Maar die man kon schilderen met woorden. Als we kinderkerstfeest in kerk vierden, op tweede kerstdag, dan kregen we altijd een boekje en een zakje met lekkers. En die boekjes waren dus veelal van deze schrijver. Ik koester deze herinneringen. En de boekjes heb ik allemaal bewaard.

Toen ik zelf kon lezen, verslond ik het ene boek na het andere. Ik woonde in een klein dorpje en twee keer in de week kwam daar een boekenbus. Een soort van SRV-wagen, maar dan in het boek. Je mocht twee leesboeken en twee informatieve boeken uitkiezen. Ik heb heel wat uurtjes besteed aan het uitzoeken en het lezen van boeken. Op  vrijdagavond ging ik naar de rijdende bieb en vaak ging ik op woensdag mijn boeken al inleveren om weer een nieuwe voorraad te halen.

Als puber las ik veel pocketromans. Witte Raven pockets. Net iets beter  dan de kasteelromannetjes, maar wel veel voorspelbare plots. Vooral in de boekjes van Leni Saris was dit het geval. Jongen wordt verliefd op meisje, meisje wordt verliefd op jongen, maar ze ziet hem lopen met een ander meisje, drama alom, uiteindelijk blijkt dat andere meisje de nicht van de jongeman te zijn. Eind goed, al goed. Ooit zette mijn leraar Nederlands onder een opstel van mij: ‘Je zou wat minder boekjes van Leni Saris moeten lezen.’ Dit zette me erg aan het denken en ik zag in wat hij bedoelde. In die tijd las ik ook de kostschoolboekjes van Enid Blyton. ‘Pitty op Kostschool’, ‘De dolle tweeling’, allemaal over meisjes die nachtfeestjes hielden en cricket speelden. Het sprak erg tot mijn verbeelding. Maar ineens was ik er ook helemaal klaar mee. Al die boekjes heb ik bewaard voor mijn eigen dochter, maar het grappige is, dat deze boeken dus wel degelijk tijdgebonden zijn; zij vond er echt niks aan, terwijl ze verder heel graag leest. Ik ben er toch echt jaren aan verslingerd geweest…

Ook hield ik erg van de oude boeken die bij mijn ouders in de boekenkast stonden. ‘De kloof zonder brug’,  geschreven door Rie van Rossum was een favoriet. En nog lees ik heel af en toe dit boek. Prachtig geschreven. In de statige stijl van vlak na de tweede wereldoorlog, maar ik vind het geweldig. Evenals Theo Thijssen. ‘Het taaie ongerief’,  ‘De gelukkige klas’ en vooral niet te vergeten, ‘Kees, de jongen.’ Ik heb ze zelf ook allemaal in mijn boekenkast staan. Af en toe pak ik weer eens zo’n boek en lees het dan opnieuw in één adem uit.

Op de middelbare school vond ik het wel intrigerend om te merken hoe mijn liefde voor lezen veranderde op het moment dat het ‘moest’. Ik kreeg een literatuurlijst en daar moest ik acht boeken uit kiezen om te lezen en waar ik later een mondeling tentamen over kreeg. Een paar boeken had ik al gelezen, dus die kon ik mooi schrappen, maar er bleven er nog genoeg over die ik absoluut niet kende. Ik maakte kennis met W.F. Hermans. Ik begreep geen zak van zijn boeken, maar toch intrigeerden ze me mateloos. Bijvoorbeeld ‘Het behouden huis.’ Het is bijna dertig jaar geleden dat ik dat boek gelezen heb, maar ik kan me nog bepaalde stukken uit dat boek herinneren. Hoe de hoofdpersoon iemand vermoordde, door hem, of haar, met het hoofd op de badkuiprand te rammen, net zolang hij iets hoorde ‘knappen.’ Nooit meer vergeten. Tja, in die tijd keek ik weinig televisie en series als ‘Derick’ en ‘Der Alte’ hielden mij uit m’n slaap. Ik was nog niet zo veel gewend.  ‘De komst van Joachim Stiller’ van Hubert Lampo is ook zo’n boek dat mij nog lang in z’n greep hield. Ik moest uit mijn comfortzone komen om dit soort boeken te lezen en dat is ook best goed voor je ontwikkeling. Het was ook in die tijd, dat ik uit de bieb willekeurig boeken koos, de naam van de schrijver noteerde en  -zonder dat school hier ook maar iéts mee te maken had- een boekverslagje maakte zodat ik de volgende keer wist, of ik nog niets van deze schrijver wilde lezen of juist niet.

Grappig, hoe toch je smaak verandert in de loop der jaren. Ik ben niet zo heel snel meer onder de indruk van een boek. Ik lees gemiddeld één boek per week, denk ik, en er zijn er vele die ik me na een week niet eens meer kan herinneren. Ook genomineerde schrijvers, die ik eigenlijk ‘goed zou moeten vinden.’

Ik houd erg van psychologische thrillers, en de laatste jaren koop ik ook vaak boeken van Scandinavische schrijvers. De Milennium trilogie heb ik gelezen en ik was diep onder de indruk.

Het mooiste boek van de afgelopen jaren is voor mij toch wel: ‘Haar naam was Sarah’. Dit boek heb ik al vaak cadeau gedaan aan vriendinnen, met de tekst: ‘Dit boek móet je gelezen hebben.’

Aan de lezer de vraag: welk boek moet ik gelezen hebben? Ik sta open voor jullie suggesties en lees graag, waarom je dit boek een aanrader vindt.