Column: Voetbalgekte

Profclubs hebben heden ten dage een bomvolle staf. Naast de trainer en zijn assistent is er in de huidige voetballerij ook plaats voor de mental coach, de voedingsadviseur, de club-imam, de sociaal werkster, de beursgoeroe, de pr-coach en niet te vergeten; de clubprostituee. Speciaal voor de jeugd is er een legohoek-juffrouw en voor de vermoeide veteraan een keuze uit meerdere masseurs op basis van ylang-ylang, of wortelzaad.

Ook al hebben we van de clubprostituees al enige tijd niets meer gehoord, doen de voetballers zelf hun uiterste best om dit begrip in leven te houden. Zo is het al enige tijd mode om elk seizoen van club te veranderen, omdat de zaakwaarneempooier geen tweede sportwagen uit het contract kan slepen. Daarnaast lonkt natuurlijk de sportieve Zuid-Europese uitdaging van veel bankzitten en geld verdienen als kraanwater. Enge keepers uit omgeving Alkmaar sluiten image-contracten af met nog engere voorzitters en een hopeloos verdwaalde Rotterdammer zit, ondanks dat hij elk mogelijk talent ontbeert, al voor zijn derde jaar op z'n gouden reet in een kuipstoeltje van Chelsea FC. En kent u het verhaal van de Spaanse voetbalclub die een vlotte knul met gek haar aankoopt, puur vanwege de shirtjesomzet?

Een treurige wending in de Nederlandse voetbalgeschiedenis was de geboorte van een stadion met een schuifdak. Dat terwijl regen het voetbal juist zoveel romantiek gaf. Een neergedaalde bos natte haren met druppels aan de punten, fenomenale slidings, de keeper die niet kan klemmen. Dat is voetbal. En daar hoort geen dak boven. Gelukkig is het aantal clubs met overdekte stadions nog niet bijster hoog. Een nieuwe trend staat echter alweer in de rij. Alles moet financieel aantrekkelijker, makkelijker, moderner, begrotingsvriendelijker...dus gaan we het kunstgras op. Kunstgras! Het woord alleen al maakt me treurig. Voetbal moet gespeeld worden op echt gras. Met die mooie donkergroene kleur en geniepige hobbeltjes. En kent u de geur van nat gras? Als dat u bekend is, kunt u me haast geen ongelijk geven. De geur van nat gras is de geur van voetbal. Het hoort er allemaal bij.

Sinds de eerste speelronde van de Nederlandse eredivisie ben ik nog een ergenis rijker geworden. Een stel druiven van de KNVB heeft bedacht dat er voortaan geen ruzie meer gemaakt mag worden binnen het veld. Hallo!? Voetbal is oorlog enzo! We mogen best een beetje ruzie maken met elkaar. Daar wordt een wedstrijd alleen maar aantrekkelijker van. Om het onderlinge bonje tegen te gaan, zal de scheids na een opstootje beide kemphanen op een gele kaart trakteren. Ook wanneer het geruzie volledig van ÚÚn kant komt. Voor meer informatie daarover: mail orlando.engelaar@nac.nl. Overigens is deze regel bijzonder handig wanneer jouw directe tegenstander al in het bezit is van een gele kaart. Je geeft hem gewoon een duw, hij krijgt z'n tweede kaart en jij je eerste. Genaaid. Ik denk dat ik die maar ga mailen naar markvanbommel@psv.nl.

Maargoed. Naarmate de jaren verstrijken zie ik het voetbal steeds minder mooi worden. Met de kwaliteit is niets mis, maar de romantiek is er voor een groot deel vanaf. Geld is de hoofdzaak van het spelletje geworden. We hebben beursgenoteerde clubs, een eredivisie die de naam van een casino draagt en vele clubs kampen ook nog eens met verrekte hoge schulden. Op het veld maken we schwalbes bij het leven en liefhebbers adoreren ijdele spitsjes met witte voetbalschoenen. Ikzelf voetbal al meer dan tien jaar bij hetzelfde cluppie, waar ik elke maand braaf contributie voor betaal. Elke Zondag lopen we onze longen op geheel vrijwillige basis uit het lijf in ons zelf betaalde tenue. We spelen op hobbelige bloemkoolvelden in enge kille dorpjes en als het regent laten we het dak gewoon open. We gebruiken een willekeurige kantinemedewerker als grensrechter en in de rust krijgen we een lekker bakkie thee van materiaalman Nol. Na de wedstrijd is er bier, want we zijn vrienden. Dat is pas romantiek. Daar kan geen profclub tegenop. Mietjes!